We can only live by the heart
And the heart wants to create
It's the engine of that soul train
Muchas gracias por todo
Drie bedden besliep ik de voorbije week
één van karton
één van hout
één van zijde
Zonder jou slaap ik links
met jou slaap ik rechts
of andersom, 't is hoe je er naar kijkt
of beide
Karton kraakt en kreunt
hoekig hout hard en hapert
zoete zijde zwoel en zalig zoent
slapen (ademen) lukt zoveel beter met jou aan mijn zijde
Rubus idaeus
geen echte bes
verzamelvrucht
verzamel vlug
want goed voor huid en botten
mangaan
ellagitannines
bladeren
frambozen voor de koningin
aroma - vrouwenkruidenleer
het ademen van de plant
een eerste bewoner voor ons koninkrijk
de tuin volgt nog
ademen
iks tellen in
ei tellen uit
niets anders
niks
nei
ademen
jij laat mij
Ik red het niet
even niet
alleen
red ik het even niet
Ik moet – kunnen we
even met twee
alleen
lukt het me even niet
Ik kan niet meer
even niet
alleen
kan ik het even niet
Wil jij voor me praten
neem jij het woord
mag ik jouw elfenoren
beantwoord jij de vragen
Mag ik in jouw jas
kan ik even schuilen
verstop je me
toestemming om even te huilen
Wiek
ik kan het even niet
alleen
het lukt me even niet
Een hele seconde
of twee maal twee
lieveling
adem jij even voor me mee?
Schrijven,
essentieel,
of we er van kunnen leven?
Het laat ons toe te ademen,
essentieel,
om te kunnen leven.
Jullie alle twee?
Hoe speciaal,
nu ben ik wel benieuwd.
Wij twee,
heel speciaal,
het anker gehieuwd
Zo fijn,
dat ongedwongen samenzijn.
Een andere dynamiek, een andere rol.
Zal ik er mijn plekje wel in vinden?
En wat zal ik zeggen, wat net niet?
Geven we een hand?
Hoe doen we dat?
Het ademen kwam snel,
het was zelfs niet een beetje zoeken,
alsof we al jaren spruitjes en paprika delen.
Haar geweldige kind,
hij die mij meteen thuis deed voelen,
een warm welkom,
zij die alleen nog maar mooier wordt.
Hoe kan ik niet nog meer van jou gaan houden?
Niet verlang ik naar de schier eindeloze, woeste bloembedden, overvloedig bezocht door naar
vurige passie
hunkerende elfenbijen, die ik niet in je ogen zie, en niet snak ik naar de aromatische hortus botanicus,
waar wilde tijm en zoete salie welig tieren, geflankeerd door pimpernel en vroege winterakonieten, die ik
niet op je huid ruik, noch smacht ik naar jouw speelse stemmetjes, jouw melodische intenties, het weidse
palet aan klankkleur, jouw fluisterende muze, de magie die ik niet vanuit jouw keel hoor ontstaan. Ik denk
niet de hele tijd aan jou. En niet verlangt mijn hart elke seconde van elke minuut naar jouw aanwezigheid.
Ik word niet gek. Ik mis je niet.
Maar liefste, kunnen we niet? Mag ik niet? Wil je met mij ... ?
#OMG.Ik.Mis.Jou.Zo.Niet.Normaal.Hard.Amper.Kan.Ik.Nog.Ademen!!
Straks zie ik haar weer,
het ranke, rappende, rijmende meisje met de prachtige, lange, donkere manen,
en andermaal zal ik getroffen worden,
door haar zachte zijde,
zij,
zijdezacht,
en
haar elegante, sierlijke lijnen,
en opnieuw zal het me naar atoomnummer 8 doen happen,
dat doet het
telkens weer,
zo betoverend ze werkelijk is.
Bijna donderdag.
Oef.